M. Gandhi “De beschaving van een samenleving valt af te meten aan de wijze waarop ze omgaat met dieren”

Het ontstaan van de bio-industrie

De manier waarop mensen gewassen verbouwen en landbouwdieren houden is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Lang geleden gingen de mensen jagen en zochten ze naar fruit. Nu leven we in een wereld waar dieren in grote veefabrieken worden gehouden. Hoe en wanneer is dat zo gekomen? 

Het ontstaan van de bio-industrie

De manier waarop mensen gewassen verbouwen en landbouwdieren houden is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Lang geleden gingen de mensen jagen en zochten ze naar fruit. Nu leven we in een wereld waar dieren in grote veefabrieken worden gehouden. Hoe en wanneer is dat zo gekomen? 

Van verzamelen naar verbouwen

10.000 V. CHRISTUS - VAN VERZAMELEN NAAR VERBOUWEN

Mensen profiteren al duizenden jaren van landbouwgrond en van dieren. Ze worden gebruikt als waardevolle bron voor voedsel. Tienduizend jaar geleden veranderde er echter iets. We stopten met de jacht op dieren en het verzamelen van groente en fruit. We gingen zelf dieren houden en gewassen verbouwen. 

De opkomst van de boer

VÓÓR 1600 – DE OPKOMST VAN DE BOER

De boeren pakten de voedselproductie grondig aan. Akkerland werd doorontwikkeld en dieren werden tam gemaakt. Al veranderde de methode niet tot de zeventiende eeuw. Toen leidde de ‘Agrarische Revolutie’ tot hogere opbrengsten van gewassen.

De toenemende vraag naar voedsel

VAN 1940 TOT 1970 - DE TOENEMENDE VRAAG NAAR VOEDSEL

De wereldbevolking groeide, er kwamen steeds meer mensen en dat zorgde voor een toenemende vraag naar voedsel. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor grote armoede. Alleen al in Nederland stierven er 20.000 mensen van de honger. Na de oorlog riep men: ‘Nooit meer honger!’ en begon de bouw van grotere stallen. De voedselproductie kwam weer op gang omdat landen extra geld gaven aan boeren waarmee zijn hun boerenbedrijf konden opbouwen. In de jaren zestig ontstond er een ‘Groene Revolutie’. Door gebrek aan met name voor de rijstbouw geschikte nieuwe gronden, zocht men naar een methode om de opbrengsten groter te maken door het verbeteren van de producten. Zo kwam er het kunstmest, verbeterde zaden en er werden waterdruk technieken uitgevonden zodat het verbouwen van gewassen meer zou opleveren. 

De opkomst van de vee-industrie

1970 - DE OPKOMST VAN DE VEE-INDUSTRIE

Niet alleen de manier waarop gewassen werden verbouwd veranderde. In dezelfde tijd veranderde ook de wijze waarop landbouwdieren werden gehouden. Dieren werden dicht op elkaar opgesloten in volle stallen en speciaal gefokt om zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk vlees, melk en eieren te produceren. De vee-industrie was geboren.

Van luxe artikel naar goedkoop en makkelijk verkrijgbaar product

2000 – VAN LUXE ARTIKEL NAAR GOEDKOOP EN MAKKELIJK VERKRIJGBAAR PRODUCT

De groeiende wereldbevolking in combinatie met een toename van de vleesconsumptie per persoon, veroorzaakt een stijging van de vraag naar vlees. Grote veefabrieken schieten als paddenstoelen uit de grond. Vandaag de dag worden er jaarlijks wereldwijd ongeveer zeventig miljard landbouwdieren gefokt en geslacht. Vijftig miljard van hen leeft in de vee-industrie.

Verborgen kosten

2013 – ER ZIJN VERBORGEN KOSTEN

Vee-industrie lijkt op het eerste gezicht een goedkope manier om voedsel te produceren, maar is in feite duur door de verborgen kosten die ze maakt. Ze heeft veel schadelijke gevolgen voor de dieren, mensen en de aarde.

Bron: CIWF

Afbeeldingsresultaat voor illustratie megastal

2019 - WAAROM HET ZO NIET LANGER KAN

Langzaam maar zeker komen we er achter dat het houden van dieren op deze manier heel veel problemen met zich meebrengt.  Een stal met meer dan 7.500 vleesvarkens of 1.200 fokvarkens, 220.000 vleeskuikens, 120.000 leghennen, 250 melkkoeien, 2.500 vleeskalveren of 1.500 geiten heet een megastal. Bij het houden van zoveel dieren op elkaar komen gassen vrij die bijdragen aan het broeikaseffect en klimaatverandering. De belangrijkste zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Koeien en schapen produceren methaan bij de vertering; uit mest komen methaan en lachgas vrij, en ook mest en kunstmest op het land zorgen voor extra lachgas. Methaan en lachgas zijn veel sterker dan CO₂.

Ook veevoer draagt bij: vaak zit er soja uit Zuid-Amerika in, waarvoor natuur wordt omgezet in landbouwgrond. Daarbij komen veel broeikasgassen vrij. Transport van vee en voer zorgt eveneens voor uitstoot.

Problemen door mest en fijnstof

De veehouderij produceert meer mest dan nodig, wat leidt tot vervuiling. Stoffen als fosfaat, nitraat en ammoniak komen via regen en wind in bodem en water terecht, met verzuring, vermesting en verlies van biodiversiteit tot gevolg. Drinkwater moet daardoor extra worden gezuiverd. Ammoniak kan bovendien fijnstof vormen; daarnaast komt fijnstof vrij uit mest-, voer- en huidschilfers en veren, wat schadelijk is voor de gezondheid.

In megastallen is het risico op brand en ziekte groot. Dieren kunnen vaak niet vluchten—zoals zeugen die vastliggen tussen stangen—en bij uitbraken van ziekten kunnen ook mensen gevaar lopen. Het dierenleed is groot. Dierenwelzijnsorganisaties en de Partij voor de Dieren pleiten al jaren voor het stoppen van megastallen. De druk op de politiek neemt toe en er wordt gezocht naar oplossingen. Een logische stap is het afbouwen van grote veestapels, met steun voor boeren om over te schakelen naar akkerbouw. Bij een meer plantaardig voedingspatroon is daar ook meer vraag naar. Strengere regels hebben de uitstoot van schadelijke stoffen al deels verminderd.