Wat is carnisme?

Heeft een pup meer rechten dan een kalf?
Stel die vraag hardop en mensen haperen. Je ziet aan ze dat er iets gebeurt. Er schuurt iets waar ze nog niet eerder bij stil hebben gestaan. Vraag vervolgens:
Waarom eten we onze honden en katten niet op als ze doodgaan, of als we ze laten inslapen omdat ze oud zijn?
De reactie is vaak een van ongeloof, gevolgd door:
“Dat zou toch belachelijk zijn?”
Eén dier, drie werkelijkheden

Big
Binnen een paar dagen wordt zijn staart vaak zonder verdoving weggebrand. Na zes maanden wordt hij met tientallen andere biggen op elkaar gepropt in een vrachtwagen. De enige keer dat hij daglicht ziet, op weg naar het slachthuis. Daar begint voor hem de hel; tussen zijn gillende soortgenoten wordt hij, vaak met stroomstoten opgejaagd via een metalen lift naar de verstikkingsput. Waar het tientallen seconden duurt voordat hij stikt.

Kalf
Hij wordt vlak na de geboorte bij zijn moeder weggehaald, zodat wij de melk kunnen gebruiken. Het wordt apart in een klein hok geplaatst en krijgen in plaats van de moedermelk, melkpoeder. Ze hebben geen contact met andere kalveren. Na 10 weken gaan de mannetjes in een vrachtwagen op transport, vaak naar Oostbloklanden, waar ze binnen zes maanden vetgemest worden en geslacht. De vrouwelijke kalfjes wacht hetzelfde lot als hun moeder, zij zullen 5 jaar lang melk moeten geven en kalfjes krijgen, dan gaan ze naar de slacht.

Pup
Hij krijgt een mand, aandacht, goed voer, aandacht en zorg en dagelijks contact met soortgenoten. Wanneer het ziek is gaan we met hem naar de dierenarts. Het is onze vriend binnen het gezin, een huisgenoot.
Drie jonge zoogdieren.
Eén krijgt bescherming.
Twee verdwijnen uit beeld.
Wat we liever niet voelen
Hier begint het ongemak.
Want zodra dit echt doordringt, ontstaat er iets wat we liever vermijden: schuldgevoel. Geen licht schuldgevoel, maar iets dat fysiek voelbaar wordt — een druk op de maag, een drang om weg te kijken. Dus grijpen we naar wat we wél beheersen: ons denken.
- Dit zijn vast uitzonderingen
- Zo erg zal het niet overal zijn. En zeker niet in Nederland
- Er wordt heus ook goed voor landbouwdieren gezorgd
- Als het werkelijk zo zou zijn, zou de overheid ingrijpen
We redeneren onszelf terug naar veiligheid. Terug naar het vertrouwde verhaal waarin alles min of meer klopt.
De veilige illusie
De werkelijkheid is dat we hier opvallend goed in zijn. Niet zien wat er wel is.
Of het zo verdraaien dat het draaglijk wordt. We parkeren de waarheid in ons hoofd, verzachten wat we vermoeden; het zal heus wel meevallen in de vee-industrie, anders zou de regerering ingrijpen. — net zo lang tot er niets meer overblijft wat echt binnenkomt. En zo kunnen we zonder schuldgevoel doorgaan: Alsof er geen verschil is.
Alsof we het niet weten.
Alsof het niet over dezelfde dieren gaat.
Een psycholoog noemde dit verschijnsel: Carnisme. Deze link brengt je naar een geweldig interview met de psycholoog over het fenomeen carnisme:
https://www.veganfoodandliving.com/vegan-lifestyle/interviews/what-is-carnism/