Publicaties/columns dieren
Vermaak
Vannacht om half vier werd ik wakker van een droom. Hulpeloze ogen keken me aan. Grote ronde bruine ogen. Niet eens leeg, zoals je ziet bij mensen in gevangenissen ver over de grens. Maar vragend, smekend, indringend. Die avond, nu enkele dagen geleden waren we in Djemaa el fna.
Het vrolijkste, meest indrukwekkende, prachtige toeristische plein van Marrakesch. Zo wordt het plein beschreven op elke website van vliegtuigmaatschappijen en andere voor toeristen bedoelde informatie. Djemaa el fna, druk, chaotisch, vol met schreeuwende kooplui, met scheldende vrouwen die hun kroost aan de hand meesleuren. Kleine kinderen gezeten op een kruk met in hun ‘kraampje’ gekleurde ballen, lolly’s, popjes en prullen, die ze in je handen stoppen om het te verkopen. Djemaa el fna, het paradijs van Marrakesch, Het gouden plein met tierelantijnen, vliegende lampen, kleurrijke wapperende kleden, kraampjes met duizenden sandalen, tassen, lendendoeken en hoeden. Overwaaiende rookgordijnen die exotisch geuren vervoeren. Kinderen die bolletjes de lucht in werpen oplichtend aan de donkerblauwe hemel om hierna langzaam neer te dalen in de handen van het joelende kind. Twee stappen verder – daar zit hij. De vertolker van de schaduwzijde van dit levendige plein. Volgzaam aan zijn baas: stap naar links, stap naar rechts. Als een klein harig robotje volgt hij elke beweging. Tik op de knie betekent klim op mijn schouder, ruk aan zijn arm > op het hoofd zitten van dat kind. Een schreeuw> leg een stokje in je nek en ga op een been staan op de schouder van deze meneer.
Hij loopt op me af. Kijkt me aan en strekt zijn kleine bruine hand naar me uit. Help me, zeggen zijn ogen. Ik reik mijn hand naar hem in een impuls. Een oergevoel maakt zich van mij meester. Dit kan niet, dit mag niet. Het zijn nog geen 10 seconden dat wij tegenover elkaar staan. 10 seconden dat de wereld even stil lijkt te staan, omdat ik besef, dat ik helemaal niets kan doen.
Ruw wordt hij teruggehaald door zijn baas voor wie hij kunstjes moet doen. Even kijkt hij nog om. Die blik, staat voor altijd in mijn geheugen gegrift.
Deze kleine berberaap met een jurkje aan in maat 72, leeft op de maat van de gebaren van zijn baas. Geen enkele beweging komt uit zichzelf behalve die van zijn ogen. Hij moet zijn baas in de gaten houden, altijd, elke seconde en hem steeds volgen. Oplettend, alert, paraat. ‘Links, rechts, op, neer, hoger, lager, zit, sta, klim!’
Tevergeefs trekt hij af en toe, in een onbewaakt ogenblik aan de metalen ketting om zijn nek, een ruk naar vrijheid, een ruk naar hoop. Voor altijd geketend. De andere helft van de dag mag hij in een krappe kist zitten met een deksel erop. Een kleine benauwde kist in de volle zon. Radeloze kleine apenhandjes steken uit de kist. Graaiend naar vrijheid, hunkerend naar een leven. En morgen weer.
Ik heb opgezocht hoe deze aapjes zo gehoorzaam worden. Met beide handen voor mijn mond heb ik de onvoorstelbare training bekeken op Internet. Het is te erg om neer te schrijven dus ik doe dat niet.
Ik kijk naar het aapje in het mooie jurkje en slik mijn tranen weg. Voel me hopeloos en machteloos. Schaam me omdat ik een mens ben.
Djemaa el fna, voor altijd op mijn netvlies.
Nancy de Heer
stichting Stem voor Dieren
